Installatie

FuranFlex en FuranFlex RWV zijn unieke producten. Net zoals de ontwikkeling ervan, vraagt installatie eveneens om knowhow en professionalisme. De ervaren installateurs van Easy-Liner mogen als enigen in Nederland exclusief FuranFlex plaatsen.

Voor individuele rookgasaansluitingen en aanpassen van CLV-systemen geven we hier een werkomschrijving:

1. Individuele rookgasaansluiting

Het bestaande aluminium rookgaskanaal boven de ketel wordt gedemonteerd, maar de ketel blijft aangesloten op het water, verwarming en gas.

Boven de ketel wordt een sparing gemaakt van 40/30 centimeter , deze is groot genoeg om de aansluitingen op het horizontale gedeelte te monteren. Waar nodig is, worden de beugels vervangen of aangepast.

Het verticale rookgaskanaal (80mm) wordt vrijgemaakt van parkers. Daarna wordt het gevoerd met de liner door de bestaande bovenkap (bovenplaat). Er worden gaten geboord van 80mm en nieuwe dakkapjes op de bovenplaat geplaatst zodat er geen vermenging kan worden gemaakt tussen de ventilatie, luchttoevoer en rookgasafvoer van de verwarmingsketel.

De dakkap wordt in zijn geheel schoongemaakt en ontdaan van roest. Waar het nodig is, wordt hij voorzien van een speciale coating. De ventilatie, luchttoevoer en de rookgasafvoer worden hersteld.

De ketel wordt dan weer aangesloten (NPR 3378-45 en NEN 1078) op het rookgaskanaal en de luchttoevoer met de bestaande hulpstukken. Waar nodig is, worden de afdichtringen vervangen. Tevens worden vervangen de aluminium bochten als die ernstig gecorrodeerd zijn.

De liner is geschikt voor HR-ketels alsmede VR-ketels.

Als laatste worden de sparingen dichtgemaakt met een brandwerende plaat (60 minuten Promatec). Het geheel wordt dan weer in bedrijf gesteld.

De werkzaamheden worden per schacht uitgevoerd:
– Van de bovengelegen woningen
– 3 á 4 woningen per dag

2. Combinatie Luchttoevoer Verbrandingsgasafvoer (=CLV)- systeem

Als eerste wordt er een camera-inspectie uitgevoerd om een beeld te krijgen wat voor CLV-Systeem is gemonteerd en wat de conditie is van het rookgaskanaal. Als de conditie van het kanaal is vastgesteld, wordt er een werkomschrijving gemaakt.

De onder-sectie wordt opengemaakt en gedemonteerd.

Bouwkundig wordt er een sparing gemaakt als de bestaande sparing niet groot genoeg is. Deze wordt later dichtgemaakt met Promatex 60 minuten brandwerend afdichtingsmateriaal, zodat er een luik ontstaat waar de inspectie uitgevoerd kan worden naar de afvoer van condenswater.

De onder-sectie wordt afgedopt met een condensafvoeraansluiting van ½ als er genoeg HR-ketels zijn aangesloten. Als er VR-ketels nog in gebruik zijn, blijft de sectie open. Ook hier wordt de condensafvoer gecontroleerd. De rioolaansluiting wordt gecontroleerd, als deze er niet is, wordt deze aangesloten op het riool met een sifon.

De rookgasafvoeren en luchttoevoer worden boven de ketel gedemonteerd. De bestaande stuwing schepjes worden uit het rookgaskanaal gefreesd.

Dan wordt de liner aangebracht en het rookgaskanaal wordt van boven tot onder gevoerd. Vervolgens worden de rookgasaansluitingen 80mm open gefreesd. De aansluitingen van het rookgaskanaal naar de ketel worden ook gevoerd zodat er een geheel ontstaat.

Als dit gebeurt is, worden de rookgasaansluitingen boven de ketels terug gemonteerd, de dakkappen worden geïnspecteerd. Bij een gesloten bovenkant van de kap wordt deze vervangen door een HR-kap, die ijspegelvrij blijft. De dakkappen worden voorzien van een speciale van een speciale weerbestendige coating daar waar nodig is.

Als laatste wordt de ketel weer in bedrijf gesteld. Deze optie is geschikt voor zowel VR-ketels en HR-ketels die door elkaar heen worden gebruikt.

De voordelen van deze montage in een CLV-systeem is:

  • Ruimtebesparing
  • Montagegemak
  • Veilig systeem omdat het gesloten is (geen terugstroming van rookgassen)

Op de voering wordt 25 jaar fabrieksgarantie gegeven. Het rookgaskanaal is gevoerd inclusief aansluitingen naar de ketel.